Verantwoording


The Varieties of Religious Experience: a Study in Human Nature; Being the Gifford Lectures on Natural Religion Delivered at Edinburgh in 1901-1902 kwam voort uit een voorstel voor de Gifford Lezingen in 1896 dat formeel werd ingediend in 1898. William James begon eraan te schrijven in 1900. Gezondheidsproblemen leidden tot uitstel van de lezingen tot 1901; hij rondde de tweede reeks af op 9 juni 1902. 

Voordat hij naar Schotland vertrok voor de tweede reeks, liet James het manuscript achter bij zijn uitgever. De auteur bracht nog wat wijzigingen aan voor de standaardversie die in augustus 1902 verscheen en de basis is gebleven voor de latere edities. James’ verwachting dat het goed zou verkopen bleek gerechtvaardigd: in datzelfde jaar kon Longmans, Green & Co. al een zevende druk verzorgen.

Inmiddels zijn de grondslagen van James’ meesterwerk een stevig fundament geworden voor religieuze vernieuwing én voor nieuwe persoonlijke, psychologische en therapeutische inzichten. James is een betrouwbare gids gebleken. Zijn actualiteit laat zich afmeten aan de hoeveelheid citaten en verwijzingen die hedendaagse romanciers, essayisten en geleerden in alle taalgebieden van hem in hun boeken opnemen.


“The varieties of religious experience vormt het begin van een nieuwe tak van wetenschap: de godsdienstpsychologie. James stelt dat religieuze overtuigingen teruggaan op persoonlijke ervaringen. Hij maakt onderscheid tussen de oorspronkelijke religieuze ervaringen en wat hij noemt een ‘tweedehands’ religie die gebaseerd is op nabootsing. Hij schrijft op pagina 13: ‘Bij de gewone gelovige is de godsdienst door anderen voor hem gemaakt, is hem door traditie overgeleverd, is door nabootsing in bepaalde vormen vastgelegd en wordt uit gewoonte gehandhaafd. Het zou weinig opleveren wanneer wij dit tweedehands religieuze leven gingen bestuderen. Laten wij liever onze aandacht richten op de oorspronkelijke ervaringen, die model stonden voor deze grote hoeveelheid ingebeeld gevoel en nagebootste gedragingen. Dergelijke ervaringen kunnen wij alleen vinden bij personen voor wie religie geen saaie gewoonte is maar meer een acute koorts.’ 

James verstaat onder religie dan ook: ‘…de gevoelens, handelingen en ervaringen van individuele personen in hun eenzaamheid, voorzover zij overtuigd zijn in relatie te staan tot wat zij voor het goddelijke houden. Omdat die relatie van geestelijke, lichamelijke of rituele aard kan zijn, is het duidelijk dat uit religie, zoals wij die begrijpen, theologieën, filosofieën en kerkelijke organisaties in tweede instantie kunnen voortkomen’ (p. 30). Deze opvatting loopt parallel aan de door James in het boek The will to believe met kracht naar voren gebrachte visie dat het individu de bron van sociale veranderingen is.

Voor sommige theologen was deze benadering niet minder dan aanstootgevend. Want James liet de kerkelijke opvattingen links liggen en negeerde de orthodoxe opvattingen over het religieuze leven en was juist ‘onweerstaanbaar nieuwsgierig’ naar de pijn van zelfkastijders, de hallucinaties van asceten, de werken van gebedsgenezers en de visioenen van de stichters van allerlei perifere religies. 

James’ aandacht voor het individu is toepasselijk in een tijd waarin kerken steeds meer gezag verliezen en de innerlijke beleving steeds belangrijker wordt.” 

Aldus Hein van Dongen in het nawoord bij De wil om te geloven (Amsterdam 2007). 


Honderd jaar na William James wordt de Canadese filosoof Charles Taylor (1931) gevraagd de nog immer befaamde Gifford Lectures te houden. Een eerste voorstudie van dit project verscheen in de herfst van 2002 onder de titel Varieties of Religion Today; William James Revisited. 

Taylor schrijft: ‘James is onze grote filosoof van de drempel. Meer dan wie ook vertelt hij ons wat het betekent wanneer je in die open ruimte staat en voelt hoe de wind je nu eens hierheen en dan weer daarheen blaast. Hij beschrijft een cruciale plek van de moderniteit en formuleert stap voor stap het beslissende drama dat zich daar afspeelt. Om dit te doen waren buitengewone kwaliteiten vereist. Hoogstwaarschijnlijk was daar iemand voor nodig die zelf de verschroeiende ervaring van ‘geestesziekte’ had doorgemaakt en aan de andere kant van de tunnel was uitgekomen. Maar er was ook iemand nodig met een groot inlevingsvermogen en een buitengewone aanleg voor fenomenologische beschrijving. Bovendien iemand die de voortdurende ambivalentie in zichzelf kon voelen en uitdrukken. Waarschijnlijk vroeg het ook om iemand die uiteindelijk voor de kant van het geloof gekozen had, zij het ook met grote innerlijke schokken. 

In elk geval is het omdat hij zo weerloos en zo welsprekend op deze onbeschutte plek staat, dat zijn werk al honderd jaar weerklank heeft gevonden en dat nog vele jaren zal blijven doen.’

Net als James toen, ‘is Taylor nu één van die denkers op de drempel. In de open ruimte, waar de wind vrij spel heeft, worden we nog steeds uitgenodigd te luisteren naar hun stemmen, helder en genuanceerd, onpartijdig maar wel persoonlijk’, schrijft Guido Vanheeswijck in zijn inleiding bij de Nederlandse vertaling. Taylor besluit zijn boekje als volgt: ‘Opmerkelijk is dat James zo diep doordrong in een grondtrek van onze verdeelde tijd. In zekere zin is de religieuze ‘ervaring’ – de eerste aanduidingen en intuïties waartoe we ons innerlijk opgeroepen voelen – bepalend als nooit tevoren, wat we er uiteindelijk in ons sterk uiteenlopende spirituele leven ook van maken. Omdat hij dit zo scherp zag en het zo indringend kon formuleren, blijft het boek van James onze wereld zo sterk aanspreken.’ 

James’ Vormen is een tegenwicht voor de intellectuele, ‘maakbare’ cultuur waarin religie, laat staan de religieuze ervaring, niet salonfähig is omdat rationele termen er zo moeilijk grip op kunnen krijgen. 

James past in de canon van schrijvers die, met intelligentie en inlevingsvermogen en puttend uit eigen ervaringen, de woorden kunnen vinden die het onzegbare invoelbaar weten te maken. Schrijvers die de vage contouren van de grenzen van het denken en voelen met kennis van zaken weten te verwoorden op een wijze die tot onze verbeelding spreekt. Wij zijn er trots op een aantal van deze schrijvers uit te mogen brengen: Frederik van Eeden, Mircea Eliade, Abraham Joshua Heschel, William James, Rufus Jones en Rudolf Otto.

James was overtuigd van het grote belang van de psychologie voor de persoonlijke ontwikkeling van het mensenleven. Op onconventionele en in welgekozen be­­woor­dingen wist hij daaraan uiting te geven. Het aangenaam open karakter van zijn werk, zijn humor, zijn mild gekruide ironie en menslievendheid zijn ongetwijfeld mede-oorzaak van de aanhoudende belangstelling. 

James’ gedachten over eenmaal en tweemaal geborenen zijn de basis geworden van psychologisch inzicht. De eerste groep heeft een min of meer gezonde identiteitsvorming achter de rug, de tweede groep moet zichzelf nog uitvinden of hervinden. Het zijn de ervaringsdeskundigen bij uitstek. Hun ‘zwakheid’ om op cognitief niveau van hun fouten te leren wordt omgebogen tot een authentieke doorleefde levenskracht. Ze hebben geen psychiatrische stoornis, het zijn oorspronkelijke en onconventionele creatieven die ons een spiegel voorhouden.

In deze zesde druk zijn een aantal verbeteringen aangebracht. Dit heeft o.m. geleid tot twee extra pagina’s in het voorwerk. Omdat James’ Varieties een van werelds meest geciteerde boeken is, heeft de redactie besloten de paginering van het hoofdwerk ongemoeid te laten. Hierdoor is wel enige discrepantie ontstaan met de Romeinse nummering van het voorwerk.

Inhoudsrijke voetnoten zijn veelal in de tekst geplaatst en hier en daar zijn door de redactie biografische notities en voetnoten aangevuld of ingelast. Deze zijn tussen [teksthaakjes] geplaatst. Ook zijn, waar dat mogelijk was, citaten rechtstreeks vertaald. Dit bracht hier en daar wat kleine oneffenheden aan het licht.

Deze Nederlandse vertaling heeft niet de ambitie om – met veel annotaties, verklaringen en verwijzingen naar de ontelbare keren dat dit boek geciteerd en becommentarieerd is – een wetenschappelijke uitgave te zijn. Daarvoor verwijzen wij naar  de academische uitgave van Harvard University Press, 1985.  Het was James’ bedoeling om een literair werk voor het grote publiek te schrijven. Onze uitgave heeft dan ook de intentie een wetenschappelijk verantwoord leesboek te zijn.

De paragraafindeling uit de inhoudsopgave is in onze Nederlandse vertaling ge­­nummerd en doorgevoerd in het tekstgedeelte om de navigatie binnen het boek te vergemakkelijken. Om die reden is deze uitgave ook voorzien van sprekende kopregels.


Amsterdam, najaar 2009                                                                                                                                         de uitgever